Een fiets is meer dan alleen een manier om van A naar B te komen. Fietsen draagt bij aan je mobiliteit, gezondheid en mogelijkheid om mee te doen in de samenleving. Voor inwoners met een laag inkomen is een fiets echter niet altijd vanzelfsprekend. Tegelijkertijd staan er bij het gemeentelijk fietsdepot in Eindhoven jaarlijks fietsen die niet worden opgehaald en daarmee onbenut blijven. De Fietsbank Eindhoven brengt vraag en aanbod samen: opgeknapte depot-fietsen vinden via sociale partners een nieuwe eigenaar onder inwoners die hier het meest baat bij hebben. Zo wordt fietsen voor steeds meer Eindhovenaren een toegankelijke en betaalbare optie.
Fietsen voor iedereen
De gemeente Eindhoven wil dat alle inwoners kunnen meedoen in de samenleving. Een fiets vergroot de mobiliteit, toegang tot werk en onderwijs, en draagt bij aan de gezondheid. Maar niet iedereen kan zelf een fiets aanschaffen. Tegelijkertijd blijven bij het gemeentelijk fietsdepot fietsen staan die niet worden opgehaald. De gemeente Eindhoven wil deze fietsen duurzaam inzetten: opknappen via sociale partners en beschikbaar stellen aan inwoners die hier recht op hebben. Dit initiatief valt onder de landelijke City Deal ‘Fietsen voor iedereen’ en geeft uitwerking aan het gemeentelijk bestuursakkoord.
Van doorstroom-fietsdepot naar keten-fietsdepot
Maar hoe transformeer je een bestaand doorstroom-fietsdepot naar een goed functionerend keten-fietsdepot? We startten met het strategisch en tactisch uitwerken van de mogelijkheden voor een keten-fietsdepot in Eindhoven. Dat betekende: in kaart brengen wat er al was, wat er nodig was en hoe de keten er in de praktijk uit zou moeten zien. Vervolgens brachten we de juiste partijen bij elkaar.
Een centrale stap was het bepalen van de doelgroep: inwoners van 18 jaar en ouder met een Meedoenbijdrage, die zelf geen fiets kunnen aanschaffen. Tegelijkertijd organiseerden we de samenwerking met het gemeentelijk fietsdepot, zodat niet-opgehaalde fietsen structureel beschikbaar komen voor de keten, en met Ervaring die Staat, die de fietsen opknapt en uitgeeft.
Met die basis op orde richtten we ons op de operationele gang van zaken: het inrichten van het uitgifte- en registratieproces, het aansluiten op bestaande netwerken van partijen zoals WIJeindhoven, Werkplaats Financiën en de Voedselbank, en het koppelen aan het aanbod van Fietsschool040 voor inwoners die (nog) niet kunnen fietsen. Zo ontstond een werkende keten, van depot tot deur.
Resultaat en toekomst
De Fietsbank Eindhoven is in 2026 van start gegaan. Met een ketengerichte aanpak – waarbij mobiliteit, het sociale domein en duurzaamheid samenkomen – zorgen we ervoor dat steeds meer Eindhovenaren toegang hebben tot een goede en veilige fiets. Zo dragen we bij aan meer participatie, minder vervoersarmoede en een stad waar iedereen mee kan doen. In de tussentijd werken we verder aan het fietsecosysteem in Eindhoven. Dat betekent dat we verder werken op verschillende onderdelen:
- Een fiets voor wie dat nodig heeft. Via de Fietsbank Eindhoven kunnen inwoners in specifieke doelgroepen een opgeknapte stadsfiets krijgen tegen een kleine vergoeding. We onderzoeken welke doelgroepen er nog meer zijn en hoe we die doelgroepen willen bedienen.
- Leren fietsen als dat nodig is. Niet iedereen kan (nog) fietsen. Inwoners die dat nodig hebben, worden doorverwezen naar Fietsschool040 voor gratis fietslessen. Zo zorgen we er niet alleen voor dat mensen een fiets hebben, maar dat ze die ook veilig kunnen gebruiken. We versterken de samenwerking met de Fietsschool040.
- Een stevige netwerkorganisatie. We blijven inzetten op het ontwikkelen van een brede samenwerking met interne en externe partners die elk een rol op zich nemen in de keten: van instroom en reparatie tot logistiek, registratie en uitgifte.
- Borging voor de lange termijn. We werken aan een financieel plan en monitoringssysteem zodat de Fietsbank Eindhoven ook na de startfase blijft draaien.
Zo blijft de Fietsbank Eindhoven zich ontwikkelen en geeft Eindhoven op een sterke manier invulling aan de landelijke City Deal ‘Fietsen voor iedereen’ en het gemeentelijk bestuursakkoord.