Menu

De ideale deelmobiliteitsmix bij een gebiedsontwikkeling

Hoe bepaal je in een gebiedsontwikkeling het passende aanbod aan deelmobiliteit voor de doelgroep die er gaat wonen en werken? Met die vraag benaderde de gemeente Utrecht XTNT. XTNT bouwde daarop een rekentool die op basis van ingevoerde kennis en specifieke informatie van de gebruiker een advies op maat geeft.

In verband met de groei van 380.000 naar 450.000 inwoners moet de gemeente Utrecht de komende tien tot vijftien jaar fors bij bouwen. Daarbij bestaat de eerste fase uit veel inbreiding in de bestaande stad (Merwede, Beurskwartier, Cartesiusdriehoek). Bij deze grootschalige binnenstedelijke gebiedsontwikkeling past het op drie manieren niet meer om iedereen voor de deur een parkeerplek voor een auto te geven, zegt Nick Knoester, beleidsadviseur deelmobiliteit bij de gemeente Utrecht. “Ten eerste vanwege het onderliggend wegennet, ten tweede vanwege de fysieke ruimte en ten derde omdat parkeren ondergronds oplossen financieel niet haalbaar is.”

Passend aanbod deelauto’s

Om in de mobiliteitsbehoefte van de toekomstige bewoners te voorzien, zet de gemeente in eerste instantie in op fiets en openbaar vervoer. Vervolgens is de deelauto het sluitstuk. De gemeente hanteert daarbij een formule, waarbij de inzet van deelauto’s is gekoppeld aan de korting op het aantal parkeerplaatsen volgens de parkeernormen. De uitdaging is vervolgens om te bepalen wat het passende aanbod aan deelauto’s is voor de doelgroep die er gaat wonen, zegt Knoester. “Daarom werken we aan een rekentool om daaraan richting te geven. Met een variatie in grootte van auto, in concept – coöperatief delen of free floating – en in abonnementsvormen. Die variëteit is belangrijk omdat mensen deelauto’s op verschillende manieren gebruiken – incidenteel of structureel – en omdat je voor een zo breed mogelijke deelauto’s als aantrekkelijke oplossing wil aanbieden. Bovendien wil je voorkomen dat bewoners bij een beperkt aanbod gedwongen worden tot gedwongen winkelnering. Daarnaast zagen we de afgelopen jaren dat deelautogebruikers teruggingen naar een eigen auto als er een variatie wegviel.”

Rekentool

Voor het maken van de rekentool benaderde de gemeente Utrecht XTNT. “We wilden een rekentool die onze interne mensen kan adviseren bij een passend deelmobiliteitsaanbod. Een tool die verder gaat dan enkel het aantal deelauto’s.” Robert Ophoff is adviseur deelmobiliteit bij het mobiliteitsadviesbureau XTNT. Hij vertelt hoe XTNT met de vraag aan de slag ging. “Ik was al een aantal jaren gedetacheerd bij de gemeente Utrecht. Daar merkte ik dat er al veel kennis was zowel bij mensen die vanuit de gemeente bezig zijn met een passend deelmobiliteitsaanbod als bij aanbieders ervan en bij onderwijsinstellingen die hier onderzoek naar doen. Er was echter nog nergens een plek waar deze kennis geclusterd werd zodat je er daadwerkelijk iets mee kon. De borging van de kennis en het laagdrempelig gebruik maken van deze kennis moest beter georganiseerd worden. Zo is het idee ontstaan om een rekentool te maken waar je op kunt inloggen en waar je aan de achterkant zoveel mogelijk kennis inlaadt. De gebruiker voert daarbij kennis van een gebiedsontwikkeling in. Het begint bij de locatie, waarbij er ook aandacht is voor de omliggende wijken, het ov en het huidige aanbod van deelmobiliteit. Daarna kijk je naar de gebouwen die er al staan en naar de gebouwen die worden toegevoegd. Daarmee kunnen we de parkeernorm berekenen. Die parkeernorm is belangrijk, want daarmee berekenen we het aantal deelauto’s voor de reductiemaatregel. De volgende stap is een vragenlijst met tientallen variabelen over onder meer de toekomstige bewoners. Daarbij geldt: hoe meer je invult, hoe gerichter het advies. Op basis van de antwoorden kunnen we de gebruiker een advies geven over de ideale deelmobiliteitsmix. Daarin staat met een bepaalde bandbreedte het aantal deelauto’s, deelfietsen, deelbakfietsen en desgewenst ook deelscooters en de verschillende concepten en aanvullende mobiliteitsmaatregelen.”

Alle gemeenten

De rekentool wordt nu specifiek voor Utrecht gemaakt. Ophoff verwacht dat de gemeente er nog dit jaar mee aan de slag kan. Ondertussen kijkt hij echter al verder. “De bedoeling is dat de tool straks in alle gemeenten gebruikt kan worden, zodat ook andere gemeenten of zelfs ontwikkelaars laagdrempelig onderbouwd advies kunnen inwinnen over de ideale deelmobiliteitsmix bij een gebiedsontwikkeling. Daarbij is het de bedoeling dat het advies rekening houdt met de aanbieders van deelmobiliteit die in de betreffende gemeente actief zijn.”


Ophoff wijst erop dat de rekentool blijvend in ontwikkeling is. “Je ziet dat er momenteel steeds meer adviezen en wetenschappelijke onderzoeken over deelmobiliteit beschikbaar komen. Daarnaast beschikken medewerkers bij gemeenten en bij aanbieders van deelmobiliteit over steeds meer kennis over wat wel en wat niet werkt. De rekentool is een prachtige plek om die kennis, adviezen en onderzoeken samen te brengen.” De rekentool bespaart ook Knoester tijd. “Nu komen collega’s bij mij met vragen over deelmobiliteit, omdat ze vragen krijgen van projectontwikkelaars. Straks kan ik ze naar de rekentool verwijzen.”

Bron: Mobiliteit.nl

Meer weten?

Heb je vragen of verdere interesse in dit onderwerp? Vul dan het onderstaande contactformulier in. Wij zorgen dan dat de juiste collega binnen een week contact met je opneemt. De koffie staat klaar!