Onderzoek shared space-gebieden gemeente Midden-Groningen

Werkt shared space hier echt, of voelt alleen de automobilist zich er thuis?

Vier shared space-locaties, aanhoudende klachten van bewoners en een gemeenteraad die om onderzoek vroeg. XTNT combineerde bewonersbijeenkomsten met een schouw door een verkeerskundige en een verkeerspsycholoog, en adviseerde per locatie of shared space hier op zijn plek is.

Opgave

In 2024 stelde de raad van Midden-Groningen het Mobiliteitsplan 2025-2040 vast. Bij de zienswijzen kwamen klachten binnen over de shared space-gebieden in de gemeente; nader onderzoek werd een voorwaarde bij de vaststelling. Bewoners en dorpscommissies voelen zich onveilig, mensen die slecht ter been zijn kunnen er moeilijk oversteken en gemotoriseerd verkeer rijdt te hard. De politie gaf bovendien aan dat de locatie aan de Kerkstraat in Muntendam door de inrichting lastig te handhaven is.

Vraag van de opdrachtgever

De gemeente vroeg XTNT om vier locaties te onderzoeken. Per locatie wilde de gemeente weten of de inrichting past bij de uitgangspunten van shared space en of het concept wel bij die plek past. Ook vroeg ze of gebruikers de ruimte goed kunnen lezen en hoe voetgangers, fietsers en automobilisten zich er gedragen, op drukke én rustige momenten. Tot slot wilde de gemeente weten welke maatregelen nodig zijn en wat elke maatregel kost.

Aanpak van XTNT

Voor shared space bestaan geen harde landelijke richtlijnen. Het concept is juist bedoeld om de reguliere inrichtingseisen los te laten. Daarom bekijkt XTNT zulke gebieden vanuit twee kanten. De verkeerskundige toetst de inrichting aan de inrichtingsprincipes en de CROW-richtlijnen. De verkeerspsycholoog kijkt met het Human Factors-model naar het gedrag ter plekke: zien gebruikers wat ze moeten zien, begrijpen ze de situatie, kunnen en willen ze zich gedragen zoals bedoeld, en klopt de situatie met wat ze verwachten? Bij shared space luistert dat nauw, omdat de markeringen en borden waar mensen normaal op varen hier bewust ontbreken.

We begonnen met een bureauonderzoek naar intensiteiten, snelheden, meldingen en ongevallen. Daarna organiseerden we drie bewonersbijeenkomsten: met de dorpsraden van Zuidbroek en Muntendam, en met VvE De Hooge Meeren en de winkeliers in de omgeving. Elke bijeenkomst had twee delen. Eerst was er ruimte voor de zorgen die leven (de ‘klaagmuur’), daarna voor de oplossingen die bewoners zelf zien (de ‘wensput’). Ook spraken we met een belangenorganisatie voor mensen met een visuele of lichamelijke beperking. Juist voor hen kan shared space een reden zijn om een gebied te mijden.

Daarna schouwden de verkeerspsycholoog en de verkeerskundige elke locatie samen, op een spitsmoment en op een rustig moment. Ze legden de knelpunten die bewoners noemden naast wat ze zelf zagen. Bij elk knelpunt stelden ze dezelfde vraag: lokt de inrichting dit gedrag uit, of overtreden mensen de regels terwijl de inrichting logisch is? De bevindingen stemden we af met een stedenbouwkundige. Bij shared space wegen stedenbouwkundige uitgangspunten namelijk zwaarder dan inrichtingseisen.

Resultaat

Per locatie komen we tot een gewogen oordeel, met drie mogelijke uitkomsten. De locatie is geschikt voor shared space, hooguit met een paar gedragsinterventies. De locatie is geschikt als de gemeente de inrichting fysiek aanpast. Of shared space past hier niet en de straat gaat terug naar een meer gewone indeling. Elke keuze onderbouwen we en werken we uit in een schetsontwerp, met een kostenraming volgens de SSK-systematiek. Zo heeft de gemeente per locatie een onderbouwd besluit in handen, en hebben bewoners hun zegje kunnen doen.

Betrokken teamlid

Bats

Adviseur

Meer weten?

Neem contact met ons op!